Trinette (foto uit 2000) + Linda (foto uit 2019)
Linda: “Die nacht in het ziekenhuis sliep ik naast haar. Ik hoorde hoe haar ademhaling vertraagde en ik voelde dat ze vertrok. Alleen de leegte bleef over. Ze keken raar op toen ik zei dat ik wilde helpen met aankleden. Voor mij was dat afscheid nemen. Door haar aanslepende ziekte was ze erg afgevallen, niets paste nog. Ze werd begraven in mijn jasje. Ik was in één klap mijn mama, mijn beste vriendin en mijn zielsverwant kwijt. Mijn ouders hebben altijd gewoond op de weg naar mijn werk. Elke ochtend en avond sprong ik binnen voor een lach en een koffieklets. Wanneer ik nu het huis passeer, draai ik mijn hoofd. Het gemis doet pijn. Mama en ik waren twee dezelfden en misschien was de herkenning de fundering van onze band. Mijn moederhart heb ik van haar. Ik ben al dertig jaar kleuterjuf. Zij was huisvrouw, maar een moeder voor iedereen. Alle kinderen in de buurt waren zot van haar. Que sera sera, zong ze altijd. Whatever will be, will be. Toen deze foto van haar genomen werd in een fotostudio, sluimerde de kanker al. Mijn zus en ik hebben alles met emotionele waarde bewaard. Foto’s, juwelen, kleren. Nu ik haar zwarte trui, oorbellen en halsketting draag, voel ik me nog dichter bij haar.”