Chris: “In het asiel stak Margot haar neusje heel ver door de tralies van de kooi. Ik vond haar meteen bijzonder charmant. Een meisje met een baard en moddervet! Ik was verkocht. De eerste uren bracht ze door onder de keukentafel. Pas toen mijn dochter erbij kwam, ontdooide ze. Bang van mannen, zo bleek. Wat heeft ze allemaal meegemaakt? Daar heb ik nog steeds het raden naar. Veel asieldieren hebben een rugzak, maar dat is net mooi. Ze zijn gekneed, het karakter is gevormd. Belangrijker is dat je met een minzame bril naar hen kijkt en ze begrijpt. Als Margot keffend tekeer gaat, zeg ik: ‘Kleine hartjes hebben de grootste mond. Ze houdt niet van vreemde mannen.’ Mijn kennis over honden en andere dieren is met de jaren gegroeid. En waarom deze wonderlijke weetjes voor mezelf houden? Daarom besloot ik televisieprogramma’s te maken en boeken te schrijven. Dierenliefde is geen garantie voor hun welzijn. Kennis is dat wel. Wat dieren zo speciaal maakt? Het zijn geen mensen. Ze hebben een andere handleiding, ze gedragen zich niet naar de verwachtingen van een ander, ze kennen geen schaamte, ze zijn nooit slecht gezind. Als ik na mijn boodschappen weer thuis kom, staan Margot en mijn andere hond Mona kwispelend achter de deur. Zo van: WAAR WAART GIJ? Dat doet me lachen. Zelfs een sneeuwvlok maakt hen blij. Mocht ik één eigenschap van hen overnemen, zou het die onpeilbaar diepe vrolijkheid zijn.”
Previous
Previous
Maxine + Cecile + Flo
Next
Next