Marcel: “1948, maandagochtend. Ze stapte mijn treincoupé binnen. Jong en elegant gekleed in een groene geruite jurk. Het was alsof de hemel over mij viel. Mijn geluk kon niet op toen bleek dat we voor hetzelfde bedrijf in Antwerpen werkten. Vanaf toen keek ik uit naar elke treinrit. Op het werk spraken we ’s middags af om te kuieren rond de vijver in de tuin van het bedrijf. We raakten maar niet uitgepraat. Anderhalf jaar later trouwden we en kregen zeven kinderen. Na zeventig jaar ben ik nog steeds verliefd. Nog steeds leg ik bijna elke ochtend voor Juliette een zelfgeschreven gedicht op de keukentafel.”
Juliette: “We hebben samen duizenden kilometers te voet afgelegd. Van Hasselt naar Bokrijk en terug. Tijdens onze wandelingen hadden we tijd om te praten, te luisteren en na te denken. Altijd liepen we hand in hand. Toen onze kinderen tieners waren, schaamden ze zich voor hun verliefde ouders. Nu zijn ze fier. Wandelen gaat vandaag wat moeilijker. We nemen de bus naar waar we willen zijn. Het bedrijf waar we vroeger werkten, is nu een feestzaal. Een van onze dochters vierde er haar zestigste verjaardag. Alles was veranderd maar de vijver in de tuin was er nog. We hebben er samen rondgewandeld. Hand in hand en nog steeds niet uitgepraat.”
Previous
Previous
Nike + Anton
Next
Next