“Bangladesh heeft me geleerd dat de dood bij het leven hoort.”

“Ik wilde journaliste worden, de wereld rondreizen en verhalen schrijven. Maar toen ik een zuster hoorde vertellen over melaatsen, veranderde ik pardoes van koers. Op de verpleegstersschool keken de nonnen argwanend toe. ‘Met dat rapport en jouw grote mond ga je niet slagen’, zeiden ze. Dat maakte me nog meer vastberaden. Ik studeerde glansrijk af en was klaar voor een nieuw leven.

Het mysterieuze Oosten sprak me aan. Op mijn 26ste vertrok ik naar Bangladesh. Ik kwam er terecht in de rimboe waar apen over de golfplaten daken liepen, de rijstvelden goud glansden en jankende jakhalzen me ’s nachts uit mijn slaap hielden. Omdat ik telkens met contracten van twee jaar werkte, leefde ik van dag tot dag, zonder concrete toekomstplannen.

Zo verstreken dertig jaren in harmonie. Ik versleet er twee fietsen en hielp honderden mensen weer gezond worden. Het meest fier ben ik op de schooltjes die we in een naburig dorp bouwden. Daar kon aanvankelijk geen enkele inwoner lezen of schrijven. Ga er nu maar eens kijken!

Ik heb altijd gezegd dat ik rond mijn vijftigste zou terugkeren naar België. Ik heb namelijk ernstige hartproblemen. Eerlijk gezegd was ik erop voorbereid dat ik ginds zou sterven. Maar mijn hart blijft kloppen voor de anderen. Bangladesh heeft me geleerd dat de dood bij het leven hoort. Daarom besloot ik bij mijn terugkomst in de palliatieve zorg te gaan werken.

Ondertussen ben ik gepensioneerd. Ik woon alleen, zonder man of kinderen. Soms moet je keuzes maken. Als ik terugblik op mijn leven, zou ik geen seconde willen veranderen. En mijn fibrillerende hart zal altijd voor een stukje in het warme, gastvrije Bangladesh blijven.”

Previous
Previous

Thomas

Next
Next

Halit