“Ik mis Palestina, de geuren, de kleuren en de mensen. Maar ik heb een nieuwe thuis gevonden.”
“Als je een hele familie ziet sterven bij een bombardement, als je zus door een val gehandicapt wordt, als je beste vriend in een gevecht overlijdt, als je zoon een granaatscherf in zijn voetje krijgt, als van je eigen huis alleen puin overblijft, als je straat bezaaid ligt met hoofden en ledematen, dan zijn geen woorden scherp genoeg om de pijn van de oorlog te beschrijven.
Drie jaar geleden liet ik alles en iedereen in Palestina achter om elders een beter bestaan op te bouwen. Voor mijn twee zoontjes en mij werd het een gevaarlijke tocht die acht maanden duurde. We hadden alleen wat geld bij dat we onder onze kleren stopten. Soms aten of dronken we dagenlang niet. Dan huilde mijn jongste zoon: ‘Mama, waarom vluchten we voor de oorlog als we hier doodgaan van de honger?’ Dat was hartverscheurend.
Gelukkig ben ik geboren met de zon in mijn hoofd. Ik word blij van bloemen, van blauwe lucht, van aardige woorden. Ik beloofde mijn kinderen dat er betere tijden gingen komen. Eenmaal in België wilde ik zo snel mogelijk integreren. Want als je je niet verroert, word je ziek. Als je jouw deur niet opent, kan je niets zien. Nu spreek ik de taal, heb ik vrienden, doe ik vrijwilligerswerk en wil ik als sociaal werkster een job vinden. In de ochtend vertrekken mijn kinderen glimlachend naar school. We hebben voor de weekends zelfs een pleegkind in huis genomen.
Natuurlijk mis ik Palestina, de geuren, de kleuren, de mensen. Maar ik heb een nieuwe thuis gevonden. Vaak moet ik denken aan de dag dat we hier toe kwamen en voorbij een wafelkraam liepen. ‘Mama, alsjeblieft’, smeekte mijn zoontje. Ik had toen geen geld. Ik kon hem niks geven. Maar elke donkere wolk heeft een zilveren randje. Ondertussen eten we véél warme wafels.”