“Zelfs mijn dokters zijn gaan geloven in wonderen.”

“Het begon op mijn veertiende. Helse pijnen in mijn hele lichaam, maar de huisdokter vond niets. Vijf jaar later was het ondraaglijk geworden en liet ik een MR-scan maken. Botkanker, klonk het verpletterende verdict. In het ziekenhuis van Pellenberg zag ik mensen zonder armen en benen. De angst sloeg nu echt toe.

Een nieuwe scan wees uit dat het geen bot- maar lymfeklierkanker was in stadium vier. De dokters waren rechtuit: ‘Je hebt acht chemokuren nodig, maar we weten niet hoe jouw lichaam zal reageren.’ Na amper de tweede kuur was de kanker aan mijn botten weg, en twee jaar later werd ik volledig genezen verklaard. Een wonder!

Ik trouwde met mijn vriend die al die tijd aan mijn zijde had gestaan. Vóór de chemokuur had ik eierstokweefsel laten weghalen en invriezen, iets wat ze bij jonge kankerpatiënten met een kinderwens doen. Ik was nu 21 jaar en in mijn menopauze beland. Het weefsel terugplaatsen, was precair. Ik smeekte de dokter om het toch te doen. Na 6 maanden stond mijn hormonenhuishouding nog steeds op nul. Ik was radeloos en klopte aan bij een homeopaat. Drie weken later functioneerde mijn lichaam terug normaal. Weer een mirakel!

Mijn drie IVF-behandelingen leverden slechts drie embryo’s op. Dat is niet veel, maar na de tweede plaatsing was het raak. ‘Daar klopt een hartje’, lachte de dokter. ‘En nog eentje.’ Ik was blij, maar ook ongerust, want mijn lichaam dat al die tijd zo had gestreden, was uitgeput. Vanaf de 27ste week van de zwangerschap liep veel mis. De tweeling kwam met een spoedkeizersnede. Anderhalve kilo wogen ze. Ik verzorgde ze met bibberende handen, zo van de kaart was ik.

Ondertussen zijn de meisjes vier jaar, prachtig en kerngezond. Ze heten Masal en Öykü, wat ‘sprookje’ en ‘verhaal’ betekent. Toch overvalt de angst me vaak. Is mijn sprookjesverhaal niet te mooi om waar te zijn? Wat als de kanker terugkomt? Maar bovenal voel ik een enorme dankbaarheid. Zelfs mijn dokters zijn gaan geloven in wonderen. ‘Door jou zeggen we nooit meer nooit tegen onze patiënten’, glimlachen ze.”

Previous
Previous

Jac

Next
Next

Sunny