“Het was vooral haar immense liefde die mij gedragen heeft.”
“Magda en ik hadden al een dochter en drie zonen toen we in het pleegouderschap rolden. Onze pleegkinderen arriveerden met zware rugzakken, geschonden in hun kinderrechten. Mijn vrouw was ijzersterk en liep over van liefde. Achter moeilijk gedrag zag zij als geen ander de pijn, het verdriet, de woede en het verlangen. Telkens opnieuw liet ze me dit inzien. Zo stonden wij jarenlang in het getouw, vastberaden om hen uit die vicieuze cirkel te halen.
Die innerlijke stuwkracht zette zich ook voort in ons professionele leven. We lieten ons plan varen om naar ontwikkelingslanden te trekken toen we inzagen dat we de armoede, verloedering en ongelijkheid ook dicht bij huis konden aanpakken.
In 1998 gebeurde het onmogelijke. Een vrachtwagen reed in op de auto van Magda. De dagen voor haar begrafenis zaten we in stilte met het hele gezin rond de kist. Ze was zo goed als volledig toegedekt. Alleen haar handen waren gaaf gebleven en konden we aanraken. Ik putte kracht uit mijn geloof, maar het was vooral Magda’s immense liefde die mij gedragen heeft, want ik liep hopeloos verloren.
Na een lange aanloop ben ik opnieuw gehuwd, want na mijn eerste grote liefde was er ruimte gegroeid voor een tweede. Gies, een alleenstaande moeder met drie kinderen, verzorgde de naschoolse opvang van onze jongste zoon die amper twaalf jaar was bij Magda’s overlijden. Hij vond in haar gezin steun en toeverlaat.
Gies heeft onze elf kinderen en negentien kleinkinderen in haar hart gesloten en een thuis gegeven. In een wereld waar verbondenheid de toekomst is, geven zij ons hoop. Zij schrijven ons verhaal verder.”