“Ik heb nooit begrepen waarom die kanker leukemie heet. Er is niets leuk aan.”

“Ik merkte het tijdens de sportles. De andere kinderen konden alles en ik kon niets. Ik had geen kracht. Ik zag bleek. Mijn eetlust was weg. Zelfs snoep eten lukte niet. We gingen naar de dokter. Die nam bloed. Mama kreeg de resultaten en zei: ‘Je bent ziek’. Haar ogen stonden triest. Bij de psycholoog kreeg ik een prentenboekje over een klein meisje dat niet meer naar school kon gaan. Ze had slappe benen en haar haren vielen uit, want ze moest vechten tegen een enge ziekte. Leukemie.

Ik heb nooit begrepen waarom die kanker leukemie heet. Er is niets leuk aan. Zo reden we maandenlang elke week naar het ziekenhuis. Daar hing ik urenlang aan een paal met zakjes. Soms raakte ik in de knoop of struikelde ik over de kabels. Ik moest ook pilletjes nemen, soms meer dan tien per dag. Hele grote of ronde of halfjes, ik slik ze nog steeds allemaal. Vooral op zaterdagen voelde ik me ziek. Dan vocht ik extra hard tegen de kanker in mijn bloed.

Er gebeurden ook rare dingen met mij. Ik kreeg opeens heel veel zin in zout, soms werd ik zomaar boos en tijdens het eten vielen mijn haren in mijn bord. Toen mijn oma me kaal schoor, wilde mama hetzelfde met haar kapsel doen, en de kindjes van mijn klas ook. Ik heb iedereen tegengehouden, want één zieke is meer dan genoeg.

Als je leukemie hebt, zit de kanker ook in je hoofd. Ik denk er altijd aan, behalve als er iets fijns gebeurt. Zoals toen mijn klasgenootjes bij carnaval gedanst hebben voor mijn huis, of toen ik op kamp mocht met de kindjes van het ziekenhuis, of al die keren dat ik ’s avonds bij oma chips mocht eten in bed.

Toen de kanker er pas was, wilde ik dokter worden en anderen helpen. Nu wil ik liever YouTuber zijn, genieten van het leven, helemaal genezen en naar Italië reizen om daar echte pizza te eten.”

Previous
Previous

Mario

Next
Next

Clara